Straffen en belonen: heeft het zin?
“Als je je bord niet leeg eet, krijg je geen toetje.” of “Als je vanmiddag goed naar de oppas luistert, gaan we vanavond extra lang voorlezen.” zijn veelgebruikte varianten van straffen en belonen.
Als ouder kun je soms het idee hebben dat je het nooit goed doet. Straf geven doe je uit liefde, maar een kind wordt er alleen maar bozer van. En door een kind te belonen voor goed gedrag, kan het de volgende keer opnieuw een beloning verwachten. Werkt straffen en belonen ook echt? Of zijn er ook andere manieren om een kind te stimuleren of te begrenzen? In deze blog wordt besproken wat straffen en belonen is, waarom en wanneer straffen en belonen wel of niet helpt en hoe deze keuzes in het dagelijks leven toegepast kunnen worden.
Waar komt straffen en belonen vandaan?
Straffen en belonen om positief gedrag te stimuleren en negatief gedrag te laten stoppen, gebeurt al lange tijd. De Amerikaanse psycholoog Skinner ontwikkelde de theorie van operant conditioneren. Deze theorie is gefundeerd op het idee dat gedrag beïnvloed wordt door de gevolgen die erop volgen.
Belonen
Belonen kan volgens Skinner door positieve en negatieve bekrachtiging. Positieve bekrachtiging gebeurt wanneer er een beloning wordt gegeven na gewenst gedrag. De ouder geeft het kind bijvoorbeeld een sticker nadat deze een week lang elke dag uit zichzelf zijn kamer opruimt. Het doel is om dat gedrag te versterken, zodat de kans groot is dat het wordt herhaald. Bij negatieve bekrachtiging wordt iets vervelends verwijderd nadat het kind gewenst gedrag laat zien. Een kind maakt bijvoorbeeld zijn of haar huiswerk zodat hij of zij geen standje krijgt.
Straffen
Ook voor straffen gebruikt Skinner twee termen: positieve en negatieve straf. Positieve straf houdt in dat iets vervelends wordt toegevoegd na ongewenst gedrag. Een kind dat bijvoorbeeld weigert zijn speelgoed op te ruimen, moet voor straf vijf minuten op de trap zitten. Het doel is om het storende gedrag te verminderen. Bij een negatieve straf wordt iets leuks weggenomen na ongewenst gedrag. Een kind dat bijvoorbeeld tijdens het eten alweer van tafel loopt, mag niet meer met zijn buurjongen buitenspelen na het eten. Ook hierbij is het doel om het storende gedrag te verminderen.
Gevolgen van straffen en belonen
Uit onderzoek blijkt dat straffen in de opvoeding ervoor kan zorgen dat kinderen sneller liegen over wat er is gebeurd. Als het kind merkt dat bepaald gedrag straf oplevert, is de kans groot dat hij zal proberen te voorkomen dat hij gestraft wordt. Bovendien zorgt straf ervoor dat het gedrag op een specifiek moment misschien stopt, maar dit is meestal slechts een kortetermijnoplossing. Het risico van straffen is dat er een gedragsaanpassing vanuit angst ontstaat, in plaats van dat het kind daadwerkelijk iets van de situatie leert.
Soms is straffen echter wel echt nodig. Bij een kind dat plotseling de straat over wil steken en niet luistert naar de oproep om te blijven staan, is een boze blik of verheffende stem wel eens nodig. Ook het negeren van ongewenst gedrag wordt gezien als straf en is vaak een succesvol hulpmiddel. Door ‘niet te zien’ dat je kind je probeert uit de dagen, door ‘niet te horen’ dat hij weer schreeuwt, doof je het aandacht zoekende gedrag uit.
Belonen heeft ook voor- en nadelen. Beloning kan er voor zorgen dat een kind afhankelijker wordt van externe waardering. Oftewel: het kind doet iets voor de waardering die hij ervoor krijgt en niet omdat hij het zelf zo graag wil doen. Er vindt dus een verschuiving plaats van intrinsieke motivatie (vanuit jezelf) naar extrinsieke motivatie (van buitenaf). De beloning is het belangrijkste doel geworden, niet de verbetering van het gedrag.
Beloning kent echter ook voordelen. De hersenen van bijvoorbeeld pubers of mensen met ADHD zijn extra gevoelig voor beloningen. Als zij een compliment krijgen, wordt het beloningsgebied in de hersenen sterk geactiveerd. Daarbij komt dopamine vrij, wat ervoor zorgt dat het kind de beloning steeds opnieuw wil krijgen om datzelfde gevoel te krijgen.
Opvoeden zonder straffen en belonen
Om in het dagelijks leven een kind te stimuleren en te begrenzen, zonder een straf of beloning te gebruiken, zijn er een aantal suggesties:
Allereest is het belangrijk om duidelijke grenzen te stellen. Laat je kind meedenken over realistische en goede regels. Kinderen zijn veel eerder geneigd om zich te houden aan regels waar ze zelf over hebben meegedacht. Let er wel op dat deze regels passen bij de leeftijd. Zorg er ook voor dat je zelf het goede voorbeeld geeft. Een van de belangrijkste manieren waarop kinderen leren, is door het gedrag van anderen te observeren en uiteindelijk na te doen. Laat je kind bovendien weten wat je verwacht. Zeg wat je wél wilt zien, in plaats van de nadruk te leggen op wat je niet wilt zien. Bijvoorbeeld: “We doen zachtjes.” in plaats van “Niet schreeuwen.” Ook kan het handig zijn om je kind keuzeopties te geven. Als je een bevel geeft (“Doe nu je schoenen aan.”), roept dat vaak weerstand op. Als je een vraag stelt (“Wil je nu even je schoenen aan doen?”), dan bied je de mogelijkheid om ‘nee’ te zeggen. Als je je kind keuzes wil geven, vraag dan bijvoorbeeld: “Wil je eerst je schoenen of eerst je jas aandoen?”. Je roept op die manier geen weerstand op én geeft je kind de controle, maar wel binnen jouw kader. Laat je kind tenslotte logische gevolgen ervaren van zijn of haar gedrag. Als het kind treuzelt bij het naar bed gaan, dan is er minder tijd voor een verhaaltje.
Ervaart u of iemand die u kent problemen met straffen en belonen en heeft u behoefte aan hulp en ondersteuning? Dan kunt u altijd contact opnemen met Deviaa voor een intakegesprek. Graag helpen wij u verder.