« Terug

Patronen doorbreken

pexels-dibakar-roy-6457922.jpg11 jul

Iedereen heeft eigen gewoontes en reageert op een bepaalde manier op de gebeurtenissen om zich heen. Dit hoort bij het karakter van een persoon en is vaak hardnekkig. Zulke hardnekkige karaktertrekken worden ook wel patronen genoemd. Patronen kunnen heel goed en functioneel zijn, maar ze kunnen ook in de weg zitten en disfunctioneel zijn. Hoe kunnen disfunctionele patronen doorbroken worden? Om deze vraag te kunnen beantwoorden zullen er in totaal drie blogs verschijnen over patronen. In deze blog zullen we wat dieper ingaan op het ontstaan van patronen en zullen we ook een aantal modi bespreken: de manier waarop patronen te zien zijn. 

Ontstaan patronen

Een patroon is de manier waarop mensen zichzelf, anderen en de wereld waarnemen. Het ontstaan van een patroon is meestal te vinden in de jeugd. Daarin ontwikkelt een persoon zich en krijgt hij bepaalde aannames en ideeën mee van de mensen om zich heen, bijvoorbeeld de ouders. Op die manier worden er patronen ontwikkeld, die invloed hebben op ervaringen, emoties, gedrag, herinneringen en interpersoonlijke relaties. Wanneer bijvoorbeeld de ouders heel druk zijn met hun bedrijf en weinig tijd en aandacht hebben voor de kinderen, zou het gevoel dat je geborgen en geliefd bent, afwezig kunnen zijn. Dit kan ervoor zorgen dat de persoon die niet veel geborgenheid en liefde ervaren heeft, het patroon heeft ontwikkeld dat hij het gevoel heeft dat hij voor anderen niet de moeite waard is. 

Dit heeft ook te maken met basisbehoeften. Een aantal basisbehoeften zijn bijvoorbeeld veilige hechting, lichamelijke en emotionele verzorging en autonomie. Wanneer een basisbehoefte niet vervuld wordt in de jeugd, ontwikkelen zich patronen die niet functioneel zijn. Wanneer de behoefte aan autonomie bijvoorbeeld niet vervuld wordt, kan dit zorgen voor een patroon van verminderde autonomie. De persoon neemt vanuit dit patroon de wereld waar en voelt zich afhankelijk, kwetsbaar of is bang om te falen. Vaak is men op latere leeftijd dan ook niet goed in staat de behoefte aan autonomie te herkennen en te vervullen, waardoor het gemis aan autonomie blijft bestaan. 

Herkennen patronen

We hebben nu dus gezien dat patronen vanuit de jeugd en onvervulde basisbehoeften ontstaan, maar hoe kunnen deze patronen herkend worden? Patronen worden gezien als een kenmerk of karaktertrek van een persoon: het is een deel van wie de persoon is en is redelijk stabiel in tijd. Patronen zijn niet altijd te zien, maar komen tot uiting wanneer het patroon geactiveerd wordt door bepaalde gebeurtenissen. Als het patroon geactiveerd wordt, wekt dit vaak (heftige) emoties op. Wanneer iemand bijvoorbeeld een patroon heeft ontwikkeld van afhankelijkheid, kan dit geactiveerd worden wanneer diegene zelfstandig een keuze moet maken. Gevoelens van afhankelijkheid en kwetsbaarheid kunnen dan naar boven komen en dat zou zich kunnen uiten in besluiteloosheid of angst. De emotionele reacties op een gebeurtenis, die voortkomen uit een patroon, worden ook wel schemamodi genoemd. 

Patronen zijn niet altijd te zien, maar komen tot uiting wanneer het patroon geactiveerd wordt door bepaalde gebeurtenissen.

Er zijn verschillende schemamodi. Dat komt omdat elke modus een ander onderliggend patroon heeft en elk patroon vanuit een andere situatie ontstaat. Alle verschillende schemamodi zijn geclusterd. Ze kunnen worden onderverdeeld in de volgende drie clusters: kindmodi, oudermodi en overlevingsmodi. In deze blog gaan we wat dieper in op het eerste cluster: de kindmodi. 

Kindmodi

De oorsprong van de kindmodi ligt vaak in de jeugd. Bij deze modi komen sterke negatieve gevoelens naar boven in reactie op een gebeurtenis. De gevoelens bepalen het gedrag; iemand reageert dus heel heftig en emotioneel. De modus wordt geactiveerd door een gebeurtenis die door de persoon gezien wordt als een bedreiging van een basisbehoefte, zoals autonomie of zekerheid. Binnen het cluster van kindmodi vallen drie soorten modi:

  • Gekwetste kindmodus: 

Voorbeeld: Jan vindt het lastig om een relatie aan te gaan. Hij is aan de ene kant eenzaam en heeft behoefte aan iemand die zorgzaam voor hem is, maar hij is andere kant bang om afgewezen te worden. Jan heeft in zijn jeugd te maken gehad met een vader die het gezin heeft verlaten. Zijn moeder moest zelf de eindjes aan elkaar knopen en kon door haar werk niet veel bij haar kinderen zijn.

Wanneer de gekwetste kindmodus actief is, voelt de persoon zich eenzaam, minderwaardig, afhankelijk en vraagt diegene zich af of anderen wel echt van hem houden. Vaak reageert een persoon in de gekwetste kindmodus heel gevoelig en zoekt diegene naar bevestiging. Uit het voorbeeld wordt duidelijk dat er in Jan zijn jeugd geen sprake is geweest van de basisbehoefte hechting. Daardoor is hij bang om afgewezen te worden en voelt hij zich eenzaam. 

  • Boze of impulsieve kindmodus: 

Voorbeeld: Klara’s zoon komt thuis uit school en gooit zijn tas midden in de woonkamer. Klara wordt woedend en schreeuwt dat hij zijn tas moet opruimen. Ze wordt ongeduldig als hij even treuzelt en wordt nog bozer als hij zijn tas nog een keer laat vallen. Klara is opgegroeid in een gezin waarbij ze veel gestraft werd en nauwelijks aandacht of liefde kreeg. Daarnaast is ze op school veel gepest.

Bij deze modus zijn er gevoelens van boosheid, koppigheid en impulsiviteit. Behoeften worden op een ongepaste manier geuit; de persoon kan bijvoorbeeld erg boos worden om kleine dingen en verbale of fysieke agressie tonen. Naast woede kan de boze of impulsieve kindmodus ook geuit worden door verwendheid. In het voorbeeld is te zien dat Klara erg boos wordt om een kleine gebeurtenis. In haar jeugd is ze emotioneel gezien niet genoeg ondersteund door haar ouders en leeftijdsgenoten. Haar boosheid kan gezien worden als een vorm van opstand tegen een oneerlijke behandeling en wordt al snel geactiveerd.

Bewustwording van je eigen modus is de eerste stap om patronen te doorbreken.

Naast disfunctionele patronen, zijn er ook gezonde en functionele patronen. Hierdoor zijn mensen in staat zich gelukkig te voelen en kunnen zij op een goede manier met problemen omgaan. De gelukkige kindmodus is een functioneel en gezond patroon.

  • Gelukkige kindmodus:

Voorbeeld: Miranda fietst uit haar werk naar huis. Het is lente en de bomen staan in bloei. Ze geniet van de bloesem en zwaait enthousiast naar een bekende die ze onderweg tegenkomt. Miranda is opgegroeid in een warm gezin en kan, wanneer ze zich wat minder voelt, haar verhaal kwijt aan vrienden en familie. 

Iemand in de gelukkige kindmodus is enthousiast en onbezorgd. De persoon voelt zich beschermd en geniet van de kleine dingen. Miranda in het voorbeeld is in staat van de kleine dingen te genieten. In haar jeugd zijn de emotionele basisbehoeften vervuld, zoals verbondenheid en hechting. 

Nu de kindmodi besproken zijn, is het goed om te benoemen dat sommige modi wel functioneel zijn in bepaalde situaties. Boosheid is bijvoorbeeld een normale emotie en iedereen reageert weleens wat gevoeliger. Wanneer je dat echter heel vaak ervaart en het patroon in elke situatie toepast, wordt het disfunctioneel. 

Daarnaast is het belangrijk om te weten dat bewustwording van je eigen modus de eerste stap is om patronen te doorbreken. In de volgende blog over patronen doorbreken zullen we dan ook dieper ingaan op de twee andere clusters: oudermodi en overlevingsmodi. 

Voor het schrijven van deze blog is het boek Patronen doorbreken gebruikt van Hannie van Genderen, Gitta Jacob en Laura Seebauer. Hierin worden de verschillende modi nog uitgebreider omschreven en staan er meerdere oefeningen in om patronen te doorbreken.

Herkent u zich in een van de patronen en zou u ondersteuning willen in het doorbreken van het patroon? Neem dan gerust contact op met Deviaa voor een intakegesprek, dan hopen we u verder te kunnen helpen. 

Myrna Hollebrandse

Psycholoog i.o.

« Terug

Lees meer over:

Scroll naar boven