« Terug

Tips voor hoogbegaafde kinderen

child-1864718_960_720.jpg03 jun

Een hoogbegaafd kind: wat nu? 

Het lijkt zo perfect: weinig moeite hoeven doen om veel informatie op te nemen, dingen snel begrijpen en altijd goede cijfers halen. Dit is het beeld dat veel mensen van hoogbegaafdheid hebben. In de praktijk blijkt echter regelmatig dat hoogbegaafdheid niet alleen maar kansen en mogelijkheden biedt. Het komt regelmatig voor dat hoogbegaafde kinderen minder goed presteren dan zij zouden kunnen, omdat zij bijvoorbeeld te veel prikkels binnenkrijgen tijdens de toets, of heel erg gespannen zijn als het kind naast hen dat ook is.
 
Wat is hoogbegaafdheid?
Wetenschappers hebben nog geen overeenstemming bereikt over wat hoogbegaafdheid precies is. Over het algemeen wordt daarom het IQ als maatstaf gebruikt. Iemand is hoogbegaafd wanneer hij* een IQ van 130 of hoger heeft (ter vergelijking: een gemiddeld IQ valt tussen 90 en 109). Maar naast IQ spelen verschillende andere factoren, zoals motivatie en creativiteit, ook een grote rol. Een hoogbegaafde persoon is dus niet alleen maar heel intelligent, hij is ook goed in staat om op een creatieve manier te denken en zijn kennis op uiteenlopende manieren toe te passen. Daarnaast heeft een hoogbegaafde persoon een groot doorzettingsvermogen en een sterke concentratie, waardoor hij zich voor een langere periode bezig kan houden met dezelfde taak.
 
Overexcitabilities
Hoogbegaafdheid uit zich niet alleen in de manier van denken, maar ook in een hogere gevoeligheid voor verschillende soorten prikkels. Volgens de theorie van Dabrowski is er bij hoogbegaafden sprake van overexcitabilities. Deze term betekent zoiets als ‘hoge prikkelgevoeligheid’ of ‘snel geprikkeld zijn.’ Door deze hoge prikkelgevoeligheid ervaren hoogbegaafde kinderen de wereld om zich heen op een meer intense manier dan andere mensen, zeker in situaties waarin zij veel (intense) prikkels krijgen. Bijna iedere hoogbegaafde persoon heeft te maken met overexcitabilities op een of op meerdere gebieden. Er zijn vijf gebieden waarop men te maken kan krijgen met overexcitabilities, namelijk lichamelijk, zintuigen, intellectueel, voorstellingsvermogen en emotioneel.
 
Intellectueel en lichamelijk
Op intellectueel gebied steken hoogbegaafde kinderen boven de meeste leeftijdgenoten uit. Zij zijn constant op zoek naar het ‘waarom’. Daarnaast hebben zij vaak een hoger energieniveau dan hun leeftijdsgenoten. Deze overexcitabilities stellen hen in staat om langere tijd actief en geconcentreerd bezig te zijn met (moeilijke) taken.  Wanneer er echter onvoldoende uitdaging is, kan het resulteren in grote verveling en onrust. Dit uit zich onder andere in lichamelijke beweeglijkheid, veel praten en/of heel kritisch zijn naar zichzelf en anderen toe. 
Om storend gedrag te voorkomen, kunnen ‘beweegpauzes’ ingelast worden na perioden van lang stilzitten. Ook is het belangrijk om voldoende intellectuele uitdaging te bieden met een helder doel. Hierdoor leert het kind dat de (school)taken nuttig zijn, maar ook dat hij zich in moet spannen om een goed resultaat te kunnen leveren.
 
Zintuigen en emoties
Mensen met een overexcitability op zintuiglijk gebied zijn heel gevoelig voor prikkels die via de zintuigen binnenkomen. Hierbij kan het gaan om feitelijke prikkels, zoals geluiden en kleuren, maar ook om emoties. Veel hoogbegaafde kinderen zijn ook hoogsensitief, waardoor ze intens kunnen genieten van prikkels, maar ook emoties van zichzelf en anderen intens kunnen (mee)voelen. Hierdoor kunnen zij overprikkeld raken en hebben ze soms moeite met het duiden van de oorzaak van emoties. Om goed te kunnen werken, hebben deze kinderen behoefte aan een prettige omgeving. Laat het kind zelf meedenken over hoe deze omgeving het beste ingericht kan worden. Ook is het belangrijk dat  het kind leert om onderscheid te maken tussen de eigen emoties en de emoties van anderen. Help het kind door hem voor te bereiden op situaties waarin veel intense emoties zullen zijn, bijvoorbeeld een wedstrijd of een examen.
 
Verbeelding
Veel hoogbegaafde kinderen hebben een rijke belevingswereld. Zij kunnen helemaal opgaan in hun eigen fantasie en denken vaak in beelden. Het gevolg hiervan is dat zij snel weg kunnen dromen onder een saaie les, maar ook dat de grens tussen fantasie en werkelijkheid voor hen erg vaag wordt. Ouders en docenten kunnen helpen door het kind te leren hoe het zijn grote fantasie kan gebruiken voor het op een creatieve manier oplossen van problemen. Leer het kind hoe het onderscheid kan maken tussen fantasie en werkelijkheid en leer hem dat hij zelf de baas is over zijn fantasie. Hij kan zijn fantasie zelf sturen en hoeft dus niet bang te zijn voor enge of negatieve fantasieën.
 
Tot slot
Het soort overexcitabilities en de mate waarin men ermee te maken krijgt, verschilt per kind. Sommige hoogbegaafde kinderen hebben vooral een overexcitability op het gebied van intelligentie, terwijl andere hoogbegaafde kinderen heel gevoelig zijn en vaak in hun eigen fantasiewereld zitten. 
 
Vanzelfsprekend volgt hieruit dat het voor opvoeders en docenten heel belangrijk is om steeds te blijven kijken naar de behoefte van het kind. Wat heeft het kind nodig en hoe kan hij het beste begeleid worden? Om het kind de optimale begeleiding en opvoeding te geven, kan het soms nodig zijn om deskundige hulp te zoeken van buitenaf, zeker wanneer er ook sprake is van hoogsensitiviteit en/of een psychiatrische diagnose zoals ADHD. De therapeuten van Deviaa hebben kennis over hoogbegaafdheid en de verschillende vormen waarin dit tot uiting kan komen. Wij geven graag antwoord op uw vragen.
 
* In verband met de leesbaarheid, is ervoor gekozen om de mannelijke vorm te gebruiken. De informatie in dit artikel is niet genderspecifiek en kan dus ook toegepast worden op vrouwen en meisjes.
 
Dianne Bal
Psycholoog

« Terug

Scroll naar boven